Berichten

steffi@ 08:47 18-01-2021
hallo ik heet ook steffie, heel vreemd maar heel leuk tof spannend super boek veel plezier daag!
.
Carice Burger@ 14:54 14-01-2021

Woonplaats:

Heemstede
Beste Jacques,
Ik zit in groep 8 en ga mijn boekbespreking over Oorlogsgeheimen houden. Ik vind het een erg mooi boek en ik wilde u 2 vragen stellen:
1) hoe bent u op het idee voor dit boek gekomen?
2) lijkt 1 van de personen in het boek op u zelf?
Groetjes Carice
Geantwoord op: 18:51 14-01-2021

Hoi Carice, wat leuk dat je voor een boek van mij hebt gekozen.
Toen ik nog meester was, vertelde ik graag verhalen over vroeger. Ik dacht dan: geschiedenis met al die jaartallen en zo is saai. Maar als ik spannende, grappige of zielige verhalen over vertel over vroeger , dan wordt geschiedenis leuk.
Daarom vind ik het ook fijn om af en toe een boek over vroeger te schrijven. Dat kost wel veel meer tijd. Meestal ben ik eerst een jaar bezig met te lezen over die tijd, oude foto’s en oude films te bekijken en met mensen te praten die het nog hebben meegemaakt (als dat tenminste nog kan). Het moet zo zijn dat ik me zo kan inleven dat ik zelf in die tijd rondwandel, zelf in de Peel loop of in de mijnen kruip of me moet verstoppen voor de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Dan pas kan ik gaan schrijven en dat duurt dan vaak ook een maand of acht.

Mijn oudste zoon Boris is ook altijd erg geïnteresseerd in geschiedenis (hij studeerde het ook) in het bijzonder in WO II.
Hij zei al vaker: ‘Schrijf eens een boek over de oorlog’.
Maar ik wist nog niet zo goed hoe ik dat wilde doen. Er zijn al vrij veel boeken over de oorlog. Nadat ik twintig jaar geleden naar Zuid-Limburg ben verhuisd , kwam erachter dat de Tweede Wereldoorlog hier iets geheel anders was dan in het westen en het noorden van ons land. Dat leek me wel een mooie (nieuwe) invalshoek voor mijn boek
De mensen hadden hier geen honger, maar moesten wel vaak de kelder in omdat de geallieerden bommenwerpers Limburg gebruikten als aanvliegroute naar de Duitse industriegebieden. Daar probeerden de Engelsen dat de Duitse wapenfabrieken kapot te bombarderen.
Regelmatig werden vliegtuigen neergeschoten door de Duitsers en als ze de piloten te pakken kregen, werden ze vaak doodgeschoten. Gelukkig werden de piloten ook geholpen door het verzet en vanuit Zuid-Limburg werden honderden Engelse piloten de grens over gesmokkeld. Vaak moesten ze dan eerste en tijdje verstopt worden en het kon dus zijn dat er zo’n piloot bij jou in huis zat en je het aan niemand mocht vertellen.
Er zaten ook veel Joodse kinderen ondergedoken.
Maar er waren ook mensen die vriendjes waren van de Duitsers en van alles gingen verraden aan de vijand. Er waren nogal wat NSB-ers in Limburg (dus Nederlanders die met de Duitsers meededen) waarbij gezegd moet worden dat er veel ‘halve’ NSB-ers waren, die wel met de Duitsers aanpapten, maar ook niet iedereen verraadde.
Kortom: je wist nooit helemaal zeker wie je vertrouwen kon, waardoor je als kind niet goed wist wat je moest doen.
Ik heb gepraat met veel mensen die als kind de oorlog in Zuid-Limburg meemaakten en ik heb geprobeerd een spannend maar soms ook grappig of ontroerend verhaal over de oorlog te schrijven , zoals de twee hoofdpersonen Maartje en Tuur (alle twee 11 jaar) het allemaal beleven. Ze zitten zelfs in de klas bij een NSB-meester.
Maartje en Tuur hebben alle twee een groot gevaarlijk geheim.
In het nawoord vertel ik ook dat Duitsland heel veel geleerd heeft van zijn eigen geschiedenis en nooit meer oorlog wil.

Voor mijzelf is de belangrijkste gedachte achter het boek dat ik wil laten zien dat oorlog vooral betekent dat je zomaar mensen kwijt kunt raken die belangrijk voor je zijn, waar je van houdt.
Ik ben ook heel blij met de verfilming. Natuurlijk is een film iets anders dan het boek. Maar het zou wel allemaal in het boek hebben kunnen staan. Het belangrijkste van het verhaal over de betekenis van liefde en vriendschap en dat oorlog heel veel kapot maakt tussen mensen, zit ook in de film.
Ik denk dat ik zelf wel op Tuur lijk. Ik weet dat ik , toen ik ongeveer zo oud was zoals Tuur in het boek, ik op zijn manier naar de wereld om me heen keek. Ik heb de oorlog zelf ( net) niet meegemaakt, maar als je schrijft is het handig om bij bepaalde personen iemand in je hoofd te nemen die je kent. In dit geval was ik het dus zelf :-) Veel succes met je boekbespreking, Carice.

Lara Voogt@ 12:35 30-12-2020

Woonplaats:

Veghel
Beste heer Vriens,

Ik zit in groep 6 en geef binnenkort een boekbespreking over het boek oorlogsgeheimen.
Ik vind het een heel mooi boek.
Ik wil graag weten waarom u dit boek geschreven heeft, zodat ik in mijn boekbespreking kan verwerken.

Groetjes van Lara
Geantwoord op: 11:56 31-12-2020

Hoi Lara, wat goed dat je over een boek van mij wil vertellen.
Toen ik nog meester was, vertelde ik graag verhalen over vroeger. Ik dacht dan: geschiedenis met al die jaartallen en zo is saai. Maar als ik spannende, grappige of zielige verhalen over vertel over vroeger , dan wordt geschiedenis leuk.
Mijn oudste zoon Boris is ook altijd erg geïnteresseerd in geschiedenis (hij studeerde het ook) in het bijzonder in WO II.
Hij zei al vaker: ‘Schrijf eens een boek over de oorlog’.
Maar ik wist nog niet zo goed hoe ik dat wilde doen. Er zijn al vrij veel boeken over de oorlog. Nadat ik twintig jaar geleden naar Zuid-Limburg ben verhuisd , kwam erachter dat de Tweede Wereldoorlog hier iets geheel anders was dan in het westen en het noorden van ons land. Dat leek me wel een mooie (nieuwe) invalshoek voor mijn boek
De mensen hadden hier geen honger, maar moesten wel vaak de kelder in omdat de geallieerden bommenwerpers Limburg gebruikten als aanvliegroute naar de Duitse industriegebieden. Daar probeerden de Engelsen dat de Duitse wapenfabrieken kapot te bombarderen.
Regelmatig werden vliegtuigen neergeschoten door de Duitsers en als ze de piloten te pakken kregen, werden ze vaak doodgeschoten. Gelukkig werden de piloten ook geholpen door het verzet en vanuit Zuid-Limburg werden honderden Engelse piloten de grens over gesmokkeld. Vaak moesten ze dan eerste en tijdje verstopt worden en het kon dus zijn dat er zo’n piloot bij jou in huis zat en je het aan niemand mocht vertellen.
Er zaten ook veel Joodse kinderen ondergedoken.
Maar er waren ook mensen die vriendjes waren van de Duitsers en van alles gingen verraden aan de vijand. Er waren nogal wat NSB-ers in Limburg (dus Nederlanders die met de Duitsers meededen) waarbij gezegd moet worden dat er veel ‘halve’ NSB-ers waren, die wel met de Duitsers aanpapten, maar ook niet iedereen verraadde.
Kortom: je wist nooit helemaal zeker wie je vertrouwen kon, waardoor je als kind niet goed wist wat je moest doen.
Ik heb gepraat met veel mensen die als kind de oorlog in Zuid-Limburg meemaakten en ik heb geprobeerd een spannend maar soms ook grappig of ontroerend verhaal over de oorlog te schrijven , zoals de twee hoofdpersonen Maartje en Tuur (alle twee 11 jaar) het allemaal beleven. Ze zitten zelfs in de klas bij een NSB-meester.
Maartje en Tuur hebben alle twee een groot gevaarlijk geheim.
In het nawoord vertel ik ook dat Duitsland heel veel geleerd heeft van zijn eigen geschiedenis en nooit meer oorlog wil.

Voor mijzelf is de belangrijkste gedachte achter het boek dat ik wil laten zien dat oorlog vooral betekent dat je zomaar mensen kwijt kunt raken die belangrijk voor je zijn, waar je van houdt.
Ik ben zelf in 1946 geboren. Mijn ouders waren nogal ant-duits en zo ben ik ook opgevoed. Maar toen ik wat ouder werd, snapte ik steeds beter dat niet alle Duitsers slecht waren geweest en niet alle Nederlanders goed. Integendeel!
En ik zag (en zie) dat Duitsers ( nu inmiddels de kleinkinderen van de Duitsers van toen) ook nooit meer willen dat er iemand als Hitler de baas kan worden.
Ik ben ook heel blij met de verfilming. Natuurlijk is een film iets anders dan het boek. Maar het zou wel allemaal in het boek hebben kunnen staan. Het belangrijkste van het verhaal over de betekenis van liefde en vriendschap en dat oorlog heel veel kapot maakt tussen mensen, zit ook in de film.
Zo dat was een heel verhaal, Lara. Veel succes met je boekbespreking. Veel groeten van Jacques

Romy Rebergen@ 15:45 15-12-2020

Woonplaats:

Krimpen a/d IJsel
Beste meneer Vriens,
Ik heb binnenkort een boekpromotie over achtste groepers huilen niet. Ik vind het een erg leuk boek, dus vandaar deze keuze. Maar ik heb een vraag , want op het internet staan veel verschillende redenen waarom u dit boek geschreven heeft dat ik niet weet wat waar is. Dus mijn vraag is: waarom heeft u dit boek geschreven? Het zou me een eer zijn als u zou antwoorden.
Groetjes Romy Rebergen
Geantwoord op: 18:01 15-12-2020

Hoi Romy,
wat fijn dat je dit boek hebt gekozen. 'Achtste-groepers huilen niet' is voor mij nog steeds een bijzonder boek, omdat het over iets gaat wat ik zelf heb meegemaakt.
Ik heb jaren met het idee rondgelopen om dit boek te schrijven, maar ik vond het best moeilijk.
Anke (Akkie uit het boek) was een hartstikke leuke dappere meid en ik wilde erg graag een herinnering aan haar opschrijven.
Maar het zijn niet alleen verdrietige herinneringen geworden, want we hebben ook veel gelachen met Anke. Ze was erg geestig. Zelfs toen ze al heel ziek was, behield ze haar gevoel voor humor.
Het bijzonder was ook, dat ik haar eigenlijk beloofd had dit boek te zullen schrijven.
We dachten toen nog dat ze beter zou worden. We waren met een stel kinderen van onze groep op bezoek in het ziekenhuis en hadden veel plezier.
De beste vriendin van Anke zei toen: “Hé mees, je moet een boek schrijven over Anke en onze klas.’
Dat beloofde ik toen en zei: ‘Als ze straks weer helemaal beter is, ga ik dat doen.’
‘Beloofd,’ riep Anke toen, ‘dan word ik ook nog beroemd!’
‘Beloofd!’ zei ik.
Het liep dus allemaal heel anders, maar dat boek is er toch gekomen. Natuurlijk heb ik eerst aan haar ouders gevraagd of het mocht en die wilden het juist erg graag.
Natuurlijk ben ik in die tijd dat Anke overleed, erg verdrietig geweest en heb ik (samen met de kinderen van mijn groep) gehuild. Net als in het boek juf Ina, heb ik ook gesproken op de begrafenis.
Daarom ben ik pas acht jaar na de dood van Anke aan het boek begonnen, omdat ik het erg moeilijk vond. Ik werd steeds weer verdrietig als ik schreef over Anke.
Pas na acht jaar en nadat ik bedacht had dat ik wat dingen moest veranderen in het verhaal om afstand te krijgen ( net of je in een vliegtuigje boven het verhaal gaat vliegen), lukte het. Ik was begonnen met een verhaal over mijn eigen klas en ik was daarin de meester. Door de kinderen ándere namen te geven en mezelf te veranderen in ‘juf Ina’ lukte het.
Die juf bestaat trouwens echt. Ik ontmoette haar een keer toen ik op een school was om voor te lezen en te vertellen. Ze was al wat ouder (net als juf Ina) en ze vertelde mij over haarzelf en waarom ze nog steeds juf was. Ze wilde net stoppen als juf, toen haar man overleed. Ze besloot toen om toch juf te blijven. Dat verhaal heb ik ook gebruikt in dit boek.
Niet alles wat in het boek staat is echt gebeurd. Als ik een boek schrijf is het altijd een mengeling van ‘echte dingen’ en ‘dingen die ik verzin’, maar die wel echt gebeurd zóúden kunnen zijn.
Zo is het ook gegaan met dit boek.
Toch herkennen de kinderen en volwassenen die er in die tijd bij waren, heel veel in het boek.
Ik heb trouwens nog steeds contact met de ouders van Anke

En natuurlijk ben ik heel trots en blij dat het boek verfilmd is. Ik heb heel goed kunnen samenwerken met de regisseur. We hebben samen veel gepraat over het boek.
Ik vind dat het boek heel goed verfilmd is. Natuurlijk is een boek altijd anders dan een film, maar ik herken heel veel van wat er in mijn boek staat en wat ooit echt gebeurd is.
Voordat de film werd gemaakt heb ik gepraat met Karen van Holts-Pellekaan. Zij heeft het filmscript geschreven (Zij schrijft dan precies op wat je ziet in de film en wat de personen zeggen tegen elkaar). Dennis Bots was de regisseur. Die zegt precies hoe iedereen moet spelen; waar die moet staan enz.
Ik heb zelf ook een klein rolletje gespeeld: de man op de fiets die Akkie bij ondersteboven rijdt. Ik roep dan: ‘Hé Jongen kijk toch uit!’
Dan roept Akkie boos terug: ‘Ik ben geen jongen, ik ben een meisje!’
Het is altijd leuk om mee te doen in een film, want dan leer je de mensen die mee spelen in de film ook beter kennen.

In 2012 zat ik samen met ‘onze’ oude klas in het tv- programma De Reunie.
Je kunt dat terugkijken op http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/120686/De_Reunie.html
Daarin vertellen ook de ouders van Akkie/Anke over hun dochter. Bijzonder om te zien.
Heel veel succes met je boekpromotie en veel groeten, Jacques

Zie net de site is: https://www.npostart.nl/de-reunie/29-04-2012/KRO_1524813

Hadja@ 15:40 10-12-2020

Woonplaats:

Nijmegen
Beste Jacques Vriens,
Toen ik voor het eerst een van jou boek heb gelezen.Dat boek heet Strijd om de kathedraal.Ik vind geschiedenis heel interessant toen koos ik dit boek voor mijn boekbespreking.Vandaag heb ik mijn eerste boekbespreking gedaan. Ik heb nooit mij boekbespreking gedaan in groep 5 en 6 maar nu in groep 7 heb ik het toch gedaan.Door dit boek ben ik geinspieerd om me boekbespreking te doen.Daarom ga ik meerderen boeken van u lezen. Ik doe mee aan kinderpersbureau zou u het leuk vinden om in de schoolkrant te staan.hier komen een paar vragen:hoe kwam je aan het idee voor dat boek Strijd om de kathedraal?
2.wie is jou favorite persoon in dat boek en waarom?
3.heb je al een idee voor een nieuw boek en in welke tijd speelt dat?
ik zal het leuk vinden als u antwoord.Met vriendelijke groet, Hadja
Geantwoord op: 17:38 10-12-2020

Hoi Hadja, wat leuk dat je een boekbespreking hebt gehouden over dit boek. Ik heb tot mijn zesde jaar in Den Bosch gewoond, vlak bij de St. Jans Kathedraal.
Al heel jong moest ik met mijn ouders mee naar de kerk. Voor een kleuter kan dat erg saai zijn, maar voor mij niet. Ik was diep onder de indruk van de prachtige hoge lichte kathedraal en fantaseerde erop los. Ik bedacht dat ik een soort engel was die zich vliegensvlug verplaatste van de ene spitsboog naar de andere. Van voor naar achteren, van boven naar beneden en van links naar rechts.
Toen ik later meester werd vertelde ik mijn kinderen over kathedralen en ik ging met mijn klas naar de St. Jan om te laten zien wat mensen in de middeleeuwen al konden bouwen. En dat zónder moderne hulpmiddelen..
Ik liep al heel lang rond met het idee om een boek te schrijven over de bouw van een kathedraal, maar dan gezien door de ogen van kinderen.
En als ik nu in Den Bosch kom, loop ik altijd nog even de St. Jan binnen en dan ben ik weer terug in mijn kindertijd. Ik heb wel lang nagedacht hoe ik het boek zou schrijven. Ik wilde natuurlijk ook vertellen over de bouw van een kathedraal, maar het moest geen saai lesje worden. Toen bedacht ik Mette. Zij is blind , dus iemand anders moet haar vertellen hoe zo'n kerk eruit ziet. Toen kwam ook op het idee van de vriendschap tussen Thies en Mette. Ik wist dat in de middeleeuwen mensen met een handicap gezien werden als minderwaardig en zelfs als duivelskinderen. Natuurlijk wild ik dat ook vertellen. Mette en Thies zijn mijn favorieten natuurlijk. Vooral omdat hun vriendschap blijft bestaan ondanks alles wat er met hen gebeurt. Ik ben nu bezig met een boek dat zich rond 1957 afspeelt. Toen was ik zelf kind en ik wilde daar al heel lang over vertellen. Meer verklap ik niet. Dat is niet om flauw te doen, maar ik vind het altijd heel moeilijk om te praten over een boek dat ik nog aan het schrijven ben.
Kun je hiermee vooruit, Hadja? Wat leuk dat je in de schoolkrant schrijft. Weet je dat ik dat vroeger ook al deed. Hartelijke groeten van Jacques

Noortje@ 17:53 25-11-2020
Beste Jacques Vries, (deze brief gelieve niet op een site plaatsen)

Laat ik me even voorstellen. Ik ben Noortje Stockmann, ik zit op de paschalisschool in Den Haag en ik ben elf jaar oud. Voor een schoolopdracht ben ik van plan een boek te gaan schrijven. Later wil ik ook schrijver worden en ook nu al vind ik het heel leuk om te lezen en verhaaltjes te bedenken. Het is een droom om een echt spannend kinderboek te schrijven en dat misschien wel naar een uitgeverij te brengen!

Ik heb ook boeken van u gelezen, waaronder mijn favoriet: Lampje. Ik vind het knap dat u een boek zo meeslepend en zo spannend maar tegelijkertijd ook zo leuk kunt maken. Dit wil ik heel graag leren. Zou u misschien wat tips voor mij hebben? Ik heb een paar vraagjes bedacht:
1. Hoe maak je een boek spannend?
2. Hoe begint u met het schrijven. Maakt u eerst een verhaallijn, woordweb of begint u gelijk met schrijven? Hoe doet u dat?
3. Waar haalt u uw inspiratie voor een boek of verhaal vandaan?
4. Hoe houd u de aandacht van de lezer vast tijdens het lezen (hoe maakt u het boek meeslepend?)
5. Hoe zet u een boek in elkaar? Begint u gelijk met iets spannends of pakt u het anders aan?
6. Hoe maakt u een boek aantrekkelijk? Hoe regelt u bijvoorbeeld een kaft?

Heel erg bedankt voor het lezen van deze brief. Ik zou het heel fijn vinden om nog wat van u terug te horen. Alvast bedankt
Geantwoord op: 10:51 26-11-2020

Beste Noortje,
wat een mooie lange brief.
Dank je wel voor je aardige woorden. Grappig dat je 'Lampje' noemt. Dat heb ik toevallig niet geschreven :-) Maar het is wel een boek wat ik heel erg mooi vindt. Het is van Annet Schaap, die ook heel goed kan tekenen. Zij heeft heel veel van mijn boeken ook geillustreerd. Dat wat tips. Ga in elk geval naar mijn website. Kijk bij 'Tips voor kinderen' en daarna "Hoe schrijf ik zelf een boek.' Dan weet je al heel veel. Als ik een boek afheb dan stuur ik dikke stapel papier naar mijn uitgever. Die regelt verder alles: omslag; drukken en verkoop van het boek. Natuurlijk overlegt de uitgever alles met mij. Als je pas begint, is het goed om te kijken bij welke uitgever jouw verhaal het beste past. Ga naar een goede (kinder-)boekwinkel en snuffel tussen de boeken. Als je denkt: die uitgever past wel bij mijn verhaal, dan stuur je je boek op. Niet per mail, maar gewoon met de post. Netjes uitgetypt op A4, enkelzijdig en regelafstand 1 1/2 . Een uitgever krijgt best veel boeken toegestuurd van nieuwe schrijvers. Dus laat je boek eerst aan een paar mensen lezen om te kijken of het nog verbeterd kan worden aan je verhaal. Daarna stuur je het op. Geef de moed niet op als jouw boek wordt afgewezen. Probeer het dan bij een nadere uitgever. Veel succes en groeten van Jacques

Kodai Senthivel@ 16:28 25-11-2020

Woonplaats:

EINDHOVEN
Beste Jacques Vriens,
Ik heb het boek oorlogsgeheimen bij een van uw theatershows gekocht en u heeft hem ook gesigneerd. Nu hou ik mijn boekenbeurt erover omdat ik het een heel leuk boek vind. Vooral het stukje dat Maartje aan Tuur haar geheim verklapte. En ook het stuk in de mergelgrot vond ik heel spannend. Bedankt voor het het mooie boek. Vriendelijke groetjes Kodai
Geantwoord op: 10:41 26-11-2020

Beste Kodai, dank je wel voor je aardige bericht.Ik wil je graag iets meer vertellen over het boek. Toen ik nog meester was, vertelde ik graag verhalen over vroeger. Ik dacht dan: geschiedenis met al die jaartallen en zo is saai. Maar als ik spannende, grappige of zielige verhalen over vertel over vroeger , dan wordt geschiedenis leuk.
Daarom vind ik het ook fijn om af en toe een boek over vroeger te schrijven. Dat kost wel veel meer tijd. Meestal ben ik eerst een jaar bezig met te lezen over die tijd, oude foto’s en oude films te bekijken en met mensen te praten die het nog hebben meegemaakt (als dat tenminste nog kan). Het moet zo zijn dat ik me zo kan inleven dat ik zelf in die tijd rondwandel, zelf in de Peel loop of in de mijnen kruip of me moet verstoppen voor de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Dan pas kan ik gaan schrijven en dat duurt dan vaak ook een maand of acht.

Mijn oudste zoon Boris is ook altijd erg geïnteresseerd in geschiedenis (hij studeerde het ook) in het bijzonder in WO II.
Hij zei al vaker: ‘Schrijf eens een boek over de oorlog’.
Maar ik wist nog niet zo goed hoe ik dat wilde doen. Er zijn al vrij veel boeken over de oorlog. Nadat ik vijftien jaar geleden naar Zuid-Limburg ben verhuisd , kwam erachter dat de Tweede Wereldoorlog hier iets geheel anders was dan in het westen en het noorden van ons land. Dat leek me wel een mooie (nieuwe) invalshoek voor mijn boek
De mensen hadden hier geen honger, maar moesten wel vaak de kelder in omdat de geallieerden bommenwerpers Limburg gebruikten als aanvliegroute naar de Duitse industriegebieden. Daar probeerden de Engelsen dat de Duitse wapenfabrieken kapot te bombarderen.
Regelmatig werden vliegtuigen neergeschoten door de Duitsers en als ze de piloten te pakken kregen, werden ze vaak doodgeschoten. Gelukkig werden de piloten ook geholpen door het verzet en vanuit Zuid-Limburg werden honderden Engelse piloten de grens over gesmokkeld. Vaak moesten ze dan eerste en tijdje verstopt worden en het kon dus zijn dat er zo’n piloot bij jou in huis zat en je het aan niemand mocht vertellen.
Er zaten ook veel Joodse kinderen ondergedoken.
Maar er waren ook mensen die vriendjes waren van de Duitsers en van alles gingen verraden aan de vijand. Er waren nogal wat NSB-ers in Limburg (dus Nederlanders die met de Duitsers meededen) waarbij gezegd moet worden dat er veel ‘halve’ NSB-ers waren, die wel met de Duitsers aanpapten, maar geen mensen hebben verraden.
Kortom: je wist nooit helemaal zeker wie je vertrouwen kon, waardoor je als kind niet goed wist wat je moest doen.

Ik heb veel gelezen over de oorlog in Limburg; oude foto’s en films gekeken en gepraat met veel mensen die als kind de oorlog in Zuid-Limburg meemaakten. Belangrijk was voor mij om erachter te komen hoe kinderen de oorlog beleefd hebben. Daarna heb ik geprobeerd een spannend maar soms ook grappig of ontroerend verhaal over de oorlog te schrijven , zoals de twee hoofdpersonen Maartje en Tuur het allemaal beleven. Ze zitten zelfs in de klas bij een NSB-meester.
Maartje en Tuur hebben alle twee een groot gevaarlijk geheim.
In het nawoord vertel ik ook dat Duitsland heel veel geleerd heeft van zijn eigen geschiedenis en nooit meer oorlog wil.
Mijn zoon Boris heeft kritisch meegelezen (want hij weet erg veel over WO II) en daarom heb ik het boek ook aan hem opgedragen

Er is een prachtige film gemaakt van het boek.
Ik heb voor dat ze de film gingen opnemen veel met Karen van Holst Pellekaan (die het filmscript maakte en dat ook heel goed kan) lang gepraat over het verhaal. Als mijn boek begint, is de vriendschap tussen Tuur en Lambert al voorbij.
Karen wilde in de film laten zien hoe dat zo gekomen is.
In het boek had ik dat niet nodig voor het verhaal. Maar een film is iets anders, daarom was ik het er mee eens.
Maar het verhaal over de Engelse piloot, de kat van tante Anna, de NSB-meester zit wel in de film. Net als veel andere dingen uit het boek.
En het allerbelangrijkste van mijn boek zie je ook terug: wat het betekent als je door de oorlog zomaar vrienden kwijt raakt .
Hartelijke groeten van Jacques

jeff hinck@ 22:26 12-11-2020

Woonplaats:

den haag
Beste Jacques Vriens,
Hierbij wil ik mij eerst voorstellen: mijn naam is Jeff Hinck. Sinds 1 september 2020 volg ik de PABO opleiding bij Inholland Hogeschool.
Voor de module Levensbeschouwing moeten er 2 lessen ontworpen en gegeven worden.Eén les naar aanleiding van een seculier levensbeschouwelijk verhaal en één les naar aanleiding van een religieus levensbeschouwelijk verhaal.
Ter voorbereiding op de les van een seculier levensbeschouwelijk verhaal is mijn vraag: welk boek (of boeken) van u kan (kunnen) hiervan op toepassing zijn? Momenteel loop ik stage bij leerlingen van groep-7. In afwachting van uw antwoord,
vriendelijke groet, Jeff Hinck
Geantwoord op: 11:16 13-11-2020

Beste Jeff, Ik denk hierbij meteen aan Meester Jaap ( De dikke bundel met alle leukste, stoutste en gekste verhalen)
Er zijn een aantal verhalen bij die o.m. gaan over religie, seksualiteit; omgaan met elkaar ; diversiteit enz. Veel succes en groeten! Jacques

Mees@ 16:01 11-11-2020

Woonplaats:

Hoogeveen
beste Jacques ik heb uw boekenleggers ontvangen,
en ik ben erg blij met uw brief die ga ik ook laten zien.
veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel
groeten van mees
Geantwoord op: 19:20 11-11-2020

En veeeeeeeeeeeeeel groeten terug!

tina van der kolk@ 16:30 10-11-2020
hoi jacques vriens ik doe mijn rondje koltuur over jouw ik heb ook dyslexie ik had gehoort dat jij ook dyslexie heeft ik vind dat je mooien boeken schijft

groetjes tina van der kolk
Geantwoord op: 19:30 11-11-2020

Hoi Tina
Ik maakte vroeger op de basisschool heel veel taalfouten.
Lezen ging nog wel ( ik las al van jongs af aan en had geleerd een beetje ‘gokkend’ te lezen, dus ik snapte wel wat er stond), maar mijn dictees waren een puinhoop.
Ik draaide letters om, schreef b in plaats van d en verplaatste letters. ‘Straat’ werd bijvoorbeeld ‘staart’. Ik draaide soms ook álles om. Dan moest ik schrijven ‘De poes is moe’ en ik schreef: ‘De soep is oem’
Als ik vroeger een verhaal schreef dan streepte de meester alle fouten aan en mijn blaadje zag er érg bloederig uit met al die rode strepen. De rest van de klas moest daar wel om lachen, maar ik werd niet vrolijk van.
Meester zette eronder: ‘Leuk verhaal, goed bedacht, maar té veel fouten’
Ik kreeg dan meestal een 2 of, als ik geluk had, een 3.
(Tegenwoordig worden kinderen met dyslexie veel beter geholpen dan vroeger. Toen wisten de meeste leerkrachten niet eens wat het eigenlijk was). Ik had toen op mijn rapport meestal een 4 voor taal….
Toch heb ik me nooit iets aangetrokken van die 2 of die 3. Ik wilde ontzettend graag verhalen schrijven en ging dus gewoon door met schrijven.
Ik zeg dan ook vaak tegen kinderen: ‘Als je iets graag doet en iedereen zegt dat je het niet kunt, moet je toch volhouden. Dus geef nooit de moed op. Kijk maar naar mij. Ik kon niet spellen, maar in mijn hoofd zaten verhalen en die wilde ik opschrijven. Letters zijn gewoon een afspraak die mensen gemaakt hebben met elkaar. In China gebruiken ze weer heel andere letters. Natuurlijk is het handig als je de góéde letters schrijft, zodat andere mensen jouw verhaal kunnen lezen.
Maar het gaat in de eerste plaats om het verhaal en waarom zou iemand je niet mogen helpen om de letters goed op papier te krijgen?’
Gelukkig was mijn broer goed in spelling. Ik deed een keer mee met een verhalenwedstrijd van de bibliotheek. Mijn broer keek mijn teksten na en haalde alle fouten eruit. (Dat deed hij wel vaker.) En ik won de eerste prijs!.

Later kreeg ik op de middelbare school een aardige lerares en die heeft mij wel geholpen en wat trucjes geleerd. Ze zei: ‘Je schrijft leuke verhalen maar door al die fouten snapt niemand wat je wil zeggen.’
Maar tegenwoordig maak ik steeds minder fouten.
Dat is wel een troost voor mensen met dyslexie. Als je ouder wordt en je blijft een beetje je best doen, gaat het steeds beter.
in mijn boek Meester Jaap, alle leukste, stoutste en gekste verhalen staan ook een verhalen die over taalfouten en dyslexie gaan. (o.a. Meester Jaap maakt een vout blz. 16. Meester Jaap eet een plant. Blz 60. en Meester Jaap wordt retseem Paaj blz. 184)
Veel succes met je rondje!
Veel groeten
Jacques

Mees@ 16:08 09-11-2020
28!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Geantwoord op: 17:20 09-11-2020

Ga ik voor zorgen . Houd je brievenbus in de gaten. Veel groeten
Jacques

Mees@ 16:56 05-11-2020
ik vind mijn vader woont in het tuinhuis een heel leuk boek ik ga mijn boekbespreking er over vet leuk boek.
kan u wat informatie op uw site zetten?
Geantwoord op: 18:29 05-11-2020

Hoi Mees,
wat leuk dat je dit boek hebt gekozen.
Achterin het boek heb ik verteld waarom ik dit boek geschreven heb. Wat nog wel leuk is om extra te vertellen is dat ik al twee jaar geleden aan het boek begon, maar toen niet tevreden was (nadat ik een paar hoofdstukken had geschreven). Ik had als hoofdpersoon een jongen die alles vertelde. Ik vond dat het verhaal niet goed uit de verf kwam. Daarna heb ik het boek en jaartje laten liggen en er rustig over nagedacht. Toen wist ik ineens hoe ik het zou doen en koos ervoor om Lara en Joeri om de beurt te laten vertellen. Omdat ze heel verschillend zijn vertellen ze ieder op hun eigen manier. Ik merkte ook dat ik het leuk vond om het verhaal zo te vertellen. Veel succes met je boekbespreking. Als je even je adres op geeft (ik zorg dat je het niet te zien krijgt in het gastenboek) stuur ik je boekenleggers om uit te delen. Hoeveel kinderen heb je in je groep? Veel groeten, Jacques

Janne maassen@ 11:09 24-10-2020

Woonplaats:

Eindhoven
Ik vind het boek nog een nachtje slapen heel leuk en ik ga er een boekbespreking over doen!
Geantwoord op: 21:35 24-10-2020

Hoi Janne, wat leuk dat je dit boek neemt. Veel succes met je boekbespreking. Veel groetjes.
Jacques

neeltje@ 14:19 23-10-2020

Woonplaats:

middelburg
ik heb ook dyslexie en ik doe een boekbespreking over de vondst van het stiekeme circus (korenwolf) groetjes neeltje
Geantwoord op: 16:53 23-10-2020

Hoi Neeltje,
Toen ik zo oud was als jij woonde ik in een hotel!
Mijn vader en moeder waren de baas van dat hotel. Het was net zo’n soort hotel als De Korenwolf. Niet zo groot en heel gezellig.
Dat hotel stond niet in Limburg, maar in Helmond (Brabant).
In ons hotel viel ook altijd wel wat te beleven. Gelukkig maar, want mijn ouders hadden nooit tijd voor hun kinderen. Ze moesten koffie zetten, mensen bedienen, bedden opmaken of eten koken net als de ouders van de bende van de Korenwolf.
Maar mijn broer en ik konden ons uitstekend zelf vermaken. In de keuken pikten we altijd lekkere hapjes, zeurden bij mijn moeder om flesje cola of speelden verstoppertje op de bovenste verdieping.
Achter het hotel was een zaaltje met een toneel.
Daar voerden we samen met de kinderen uit de buurt toneelstukken op. Meestal werd een puinhoop omdat we maar wat deden. Op een dag besloot ik alles op te schrijven en eindelijk lukte het met onze toneelstukken. Én ik ontdekte dat ik schrijven heerlijk vond.
Later werd ik ‘meester’ en begon (als hobby) boeken te schrijven over school.
Maar dat hotel bleef wel in mijn hoofd zitten.

Ik was al jaren van plan om daar een paar boeken over te schrijven en dat wordt dus nu zelfs een serie over ‘De Bende van de Korenwolf’.
Ik gebruik in de boeken dingen die echt gebeurd zijn, maar ik verzin natuurlijk ook veel.
De kinderen van De Korenwolf lijken veel op vriendjes van mij van vroeger en op mijn eigen kinderen.
Als je schrijft is het altijd een mengelmoesje van fantasie en echt!

Hotel De Korenwolf staat in Zuid-Limburg. Dat komt omdat ik daar al een tijdje woon.
En dat is geen toeval. Mijn moeder kwam eigenlijk uit Limburg. Toen ik kind was, ging ik al vaak naar Zuid-Limburg toe. Toen dacht ik: hier zou ik best willen wonen met al die bossen en spannende grotten.
Het leek me ook een leuk idee om het hotel in het boek ook in Limburg neer te zetten. Dat is het leuke van schrijven: je bent de baas van je eigen verhaal!
Ik noemde het hotel De Korenwolf. Dat is de bijnaam voor de wilde hamster die hier nog voorkomt in de bossen. Die zijn veel groter dan de hamsters die je wel eens in een bak ziet zitten. Ze zijn ongeveer net zo groot als een cavia.

Ik heb Annet Schaap gevraagd voor de tekeningen bij de verhalen, omdat zij al meer boeken van mij heeft geïllustreerd.
Bijvoorbeeld Meester Jaap.
Ik vind haar heel leuk tekenen. Erg grappig en vrolijk.
En ik heb ook geprobeerd om de boeken grappig en vrolijk te maken.
Ik hoop dat dat gelukt is.
Veel succes met je boekbespreking en groetjes! Jacques

neeltje@ 13:39 21-10-2020

Woonplaats:

middelburg
wat is je lievelingsboek die je geschreven hebt,groetjes Neeltje
Geantwoord op: 16:20 21-10-2020

Hoi Neeltje,
Lastig om te kiezen. Ik schijf nooit zomaar een boek. Er is altijd iets waarom in het wilde schrijven. Over school omdat ik meester ben geweest; over kinderen in een hotel omdat ik vroeger zelf in een hotel woonde (De Bende van de Korenwolf); over de kinderen van ‘t Kattenpleintje omdat ik zelf vaak op pleintjes heb gewoond of over kleuters omdat ik daarin dingen vertel die ik met mijn eigen kinderen meemaakte. Of mijn nieuwste boek: Mijn vader woont in het tuinhuis. Ik heb vaak kinderen in de groep gehad waarvan de ouders gescheiden waren of gingen scheiden.
Ik vond als meester geschiedenisles een leuk vak om te geven (ik vertelde altijd verhalen), dus boeken schrijven over vroeger vind ik ook leuk. Zoals mijn nieuwste boek ‘Smokkelkinderen’. Elk boek is voor mij bijzonder. Maar ik denk dat ‘Achtste-groepers huilen niet’ extra bijzonder is omdat Anke/Akkie echt bij mij in de klas heeft gezeten en ik heel graag over haar wilde vertellen, maar dat ook best moeilijk vond.
Ik ben er wel tien keer aan begonnen en telkens lukte het niet omdat ik er zo verdrietig van werd. Pas na zeven jaar lukte het doordat ik haar naam (Anke) veranderde in ‘Akkie’ en ook de namen van de kinderen uit de klas. Daardoor kreeg ik een beetje afstand, maar het gaat natuurlijk helemaal over Anke. Zo dat was een lang antwoord. Veel groeten van Jacques

Berichten: 16 t/m 30 van de 791.
Aantal pagina's: 53
Nieuwer1 [2] 3 4 5 6 7Ouder